Menu

Bewijskracht van een SMS-bericht

Een begin van bewijs

Een begin van bewijs door geschrift is elke geschreven akte die uitgegaan is van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld en waardoor het beweerde feit waarschijnlijk wordt gemaakt.

Bewijskracht van een SMS-berichtEen SMS is geen volwaardig schriftelijk bewijs maar kan wel als begin van een schriftelijk bewijs worden gezien.

Dit begin van schriftelijke bewijs moet evenwel worden aangevuld door getuigen en/of vermoedens.  Zo oordeelde de Rechtbank van eerste aanleg van Gent op 10/4/2012, dat een woningkoopovereenkomst via sms kan gesloten worden; het sms-bericht geldt als begin van bewijs.

 

Spijtig genoeg is in de rechtspraak hierover geen éénduidigheid. Zo besliste het Hof van Beroep te Antwerpen op 29/04/2013 dan weer:

Een SMS-bericht is dan ook geen akte die uitgegaan is van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld en kan niet als begin van bewijs gelden.

Zie hiervoor het artikel SMS is geen begin van bewijs

Een SMS-bericht vereist aanvullende aanwijzingen of getuigenissen!

Als je je dus alleen maar kunt beroepen op een SMS-bericht (niet aangevuld door andere aanwijzingen of getuigenissen), dan ziet het er sterk naar uit dat dat SMS-bericht alleen de rechter niet zal overtuigen van de realiteit of de inhoud van de overeenkomst.

Schakel evt. een gerechtsdeurwaarder in!

Laat een gerechtsdeurwaarder de aanwezigheid van een ontvangen SMS constateren op je eigen GSM.

 

Krachtens Art. 516 GWB, tweede lid. kunnen gerechtsdeurwaarders aangesteld worden “om vaststellingen te doen van zuiver materiële feiten, zonder enig advies uit te brengen met betrekking tot de gevolgen in feite of in rechte die daaruit zouden kunnen voortvloeien”‘ en kunnen zij ‘ook op verzoek van particulieren tot die vaststelling overgaan’

Indien de gerechtsdeurwaarder in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, dus als openbaar ambtenaar (en niet als privé-persoon), binnen zijn territoriaal bevoegd arrondissement, vaststellingen van zuiver materiële feiten, en dus van door hem zelf zintuiglijk waargenomen feiten, doet en deze opneemt in een proces-verbaal van vaststelling maakt dit proces-verbaal een authentieke akte uit in de zin van Art. 1317 BWB, eerste lid.

Een onvolkomen geschrift, bijv. een geschreven overeenkomst tussen twee partijen opgemaakt in slechts één exemplaar (en dus strijdig met art. 1325 BWB), of een doorslag, fax of kopie, of een telegram, of een ticket van een automatisch bankloket of een uitgeprinte tekst, kan dienen als begin van schriftelijk bewijs als het wordt aangevuld met een of meer andere bewijsmiddelen.

Volgens art. 1347 BWB noemt men “(…) begin van bewijs door geschrift elke geschreven akte die uitgegaan is van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld, of van de persoon door hem vertegenwoordigd, en waardoor het beweerde feit waarschijnlijk wordt gemaakt“.

Bijv. een op het internet ingevuld bestelformulier vormt geen volledig bewijs maar in combinatie met een betaald voorschot kan het wel gelden als begin van schriftelijk bewijs.

Getuigenbewijs

Een getuige is een persoon die de beweerde feiten heeft gezien of gehoord en de echtheid ervan onder eed bevestigt.

 

(a) Getuigenbewijs is slechts toegelaten wanneer de waarde van het geschil, intresten inbegrepen, minder dan 375 € bedraagt. (Let wel, in handelszaken is getuigenbewijs altijd toegelaten.)

Vanaf 375 € is dus in de regel een schriftelijk bewijs vereist.

Getuigenbewijs wordt niettemin aanvaard in combinatie met een begin van schriftelijk bewijs, of wanneer het materieel of moreel onmogelijk was om een geschrift op te stellen, of wanneer het geschrift buiten de wil van de opsteller verloren is of vergaan.

Er is sprake van morele onmogelijkheid om een geschrift op te stellen bijv. bij een contract van lening onder familieleden.

 

(b) Getuigenbewijs is nooit toegelaten, ook niet beneden 375 €, tegen de inhoud van onjuiste of boven de inhoud van onvolledige akten.

Vermoedens

Vermoedens zijn gevolgen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

 

(a) De rechter hanteert feitelijke vermoedens wanneer hij uit bekende feiten, zoals bijv. beschreven in een politioneel proces-verbaal, afleidt dat er een misdrijf is begaan.

Hij mag uitsluitend gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens in aanmerking nemen en alleen waar het getuigenbewijs is toegelaten.

 

(b) Er is sprake van wettelijke vermoedens wanneer de wet zelf aan een bepaald feit een bepaald gevolg verbindt.

Diegene in wiens voordeel of nadeel het vermoeden is ingesteld hoeft dan zelf niets meer te bewijzen.

Vermoedens ‘iuris et de iure’ zijn in geen enkel geval weerlegbaar. Zo wordt bijv. een werkgever steeds aansprakelijk gesteld voor de schade veroorzaakt tijdens de dienst door zijn werknemers.

Vermoedens ‘iuris tantum’ gelden tot bewijs van het tegendeel. Bijv. ouders zijn aansprakelijk voor de schade aangericht door hun minderjarige niet ontvoogde inwonende kinderen, tenzij ze kunnen bewijzen dat ze hun ouderlijke plichten van opvoeding en bewaking zijn nagekomen.

 

(c) Het gezag van rechterlijk gewijsde is een bijzonder geval van wettelijk vermoeden.

Een vonnis of arrest dat definitief is heeft gezag van rechterlijk gewijsde d.w.z. geldt voor eens en altijd als onbetwistbaar waar en juist.

Zo’n definitief vonnis of arrest kan alleen in hoogst uitzonderlijke omstandigheden (bijv. de ontdekking van belangrijke nieuwe feiten, persoonlijk bedrog) worden aangevochten d.m.v een procedure tot herziening van het gewijsde (art. 1132 gerechtelijk wetboek).

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!