Menu

Wordt een gewone e-mail als bewijs erkend?

bewijswaarde email in een rechtszaakEen e-mail kan hooguit als een vermoeden en/of een begin van schriftelijk bewijs worden beschouwd. Wat eigen is aan beide middelen, is dat ze noodzakelijkerwijs moeten worden aangevuld met andere bewijsmiddelen om de rechter te overtuigen van de bewijskracht. In het juridisch jargon spreekt men dan ook van “onvolkomen” bewijsmiddelen. Zie ook de pagina Bewijskracht van een SMS-bericht.

Een email vereist aanvullende aanwijzingen of getuigenissen!

Als je je dus alleen maar kunt beroepen op een gewone e-mail (niet aangevuld door andere aanwijzingen of getuigenissen), dan ziet het er sterk naar uit dat die e-mail alleen de rechter niet zal overtuigen van de realiteit of de inhoud van de overeenkomst.

Dat komt door de relatieve onzekerheid rond het opmaken en verzenden van een gewone e-mail en door de vele vervalsingsmogelijkheden. Indien de e-mail niet elektronisch ondertekend is, wordt hij volgens de wet doorgaans niet beschouwd als een met de hand ondertekend document, tenzij de rechtspraak hierover eerlang een ander standpunt inneemt. Wanneer de wet dus als bewijs een met de hand ondertekend document eist (inzonderheid tegenover een particulier voor een rechtshandeling die 375 € overschrijdt), dan kunnen wij redelijkerwijs stellen dat een gewone e-mail niet aan die voorwaarde voldoet.

Die stelling moet echter worden genuanceerd. De bepalingen over het bewijs zijn namelijk niet van openbare aard. Vóór het elektronisch sluiten van een overeenkomst kunnen de ontvankelijkheid en de bewijskracht van de elektronische documenten dus in een contract worden vastgelegd. Zo zouden de partijen kunnen overeenkomen dat een e-mail of telefax en een met de hand ondertekend document gelijkwaardig zijn.

Een dergelijke overeenkomst wordt over het algemeen als geldig aanvaard en voorkomt dat de partijen achteraf al te gemakkelijk de bewijskracht van die elektronische documenten kunnen betwisten.

Dat soort clausule wordt vaak gebruikt (bv. in de betrekkingen tussen banken en klanten). Wil je dus de juridische waarde van een e-mail of fax aanvechten, kijk dan eerst na of je bij het aanknopen van de relatie met de onderneming geen overeenkomst ondertekend hebt waarin zo\’n bepaling voorkomt!

Bron: FOD Economie

Art. 2281 BWB

De wetgever voegde in 2000 een artikel 2281 toe aan het Burgerlijk Wetboek (Lexicon: Art. 2281 BWB) betreffende de waarde van kennisgevingen per e-mail.

Overeenkomstig deze bepaling kan een kennisgeving per e-mail gelijk worden gesteld aan een schriftelijke kennisgeving, zelfs indien deze geen handtekening bevat voor zover tenminste de geadresseerde niet om deze handtekening gevraagd heeft of de geadresseerde er wel om vroeg en de kennisgever zonder onnodig uitstel een origineel ondertekend exemplaar heeft nagezonden. Dergelijke kennisgeving heeft dan uitwerking vanaf de ontvangst van de e-mail door de bestemmeling. Gebruik maken van een ontvangstbevestiging lijkt hierbij zeker nuttig. Kortom, correspondentie per e-mail hoeft niet minderwaardig te zijn t.o.v. deze per brief. De hamvraag blijft deze naar het moment van ontvangst, wat evenwel bij een gewone brief niet anders is.

Bron: EB.VAN

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!