Menu

Brief

Brief

Brieven kunnen alleen als bewijsmiddel dienen als zij voldoen aan de vereisten van art. 1325 BWB resp. art. 1326 BWB (zie hieronder). Een gewone brief  versturen heeft (dus) weinig waarde, je bewijst er niets mee. Een aangetekende brief  levert wel bewijs op:

1- dat je hem verstuurde,

2- wanneer je hem verstuurde,

3- dat de bestemmeling hem ontving (ook als die bij de levering niet thuis was en de brief niet afhaalde).

Art. 1325 BWB

Onderhandse akten die wederkerige overeenkomsten bevatten, zijn slechts geldig voor zover zij opgemaakt zijn in zoveel originelen als er partijen zijn die een onderscheiden belang hebben.

Eén origineel is voldoende voor allen die hetzelfde belang hebben.

In elk origineel moet vermeld worden hoeveel originelen zijn opgemaakt.

Echter kan het ontbreken van de vermelding dat de originelen in tweevoud, drievoud enz., zijn opgemaakt niet ingeroepen worden door hem die zijnerzijds de overeenkomst heeft uitgevoerd, welke in de akte is vervat.

Art. 1326 BWB

Een onderhands biljet of een onderhandse belofte waarbij een enkele partij zich tegenover de andere verbindt om haar een geldsom of een waardeerbare zaak te betalen, moet geheel geschreven zijn met de hand van de ondertekenaar; of tenminste moet deze, benevens zijn handtekening, met de hand een goed voor of een goedgekeurd voor geschreven hebben, waarbij de som of de hoeveelheid van de zaak voluit in letters is uitgedrukt.

Uitgezonderd ingeval de akte uitgaat van kooplieden, ambachtslieden, landbouwers, wijngaardeniers, dagloners of dienstboden.

Tags:

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!