Menu

Oplichting via het Internet

oplichting via het internetOplichting op het internet is strikt genomen geen informaticacriminaliteit. Informatica- of cybercriminaliteit in de strikte zin omvat specifieke inbreuken in het strafwetboek die het computersysteem op zich viseren (hacking, informaticabedrog, valsheid in informatica).

In brede zin wordt de term echter vaak geïnterpreteerd als alle inbreuken die met ICT-systemen gepleegd worden.

Internetfraude valt onder deze tweede categorie: het is een klassiek misdrijf, oplichting, dat via het internet of met een elektronisch middel is gepleegd.

Eén van de modus operandi is de oplichting via een immosite (verhuur & verkoop van appartementen, woningen, …)

Oplichtingen op immosites zijn eigenlijk geen nieuw fenomeen. Net zoals op alle andere advertentiesites waarop particulieren (roerende) goederen verhandelen, zijn oplichters ook actief op de sites waar onroerende goederen worden aangeboden (immosites). Traditioneel zullen oplichters ervoor kiezen hun activiteiten te ontplooien daar waar het meeste geld te rapen valt. In de oplichtingen bij online handel vertaalt zich dat in een zeer groot aantal oplichtingen (of pogingen tot oplichting) op websites waar auto\’s worden verhandeld. In dezelfde zin zijn ook immosites een interessant werkterrein voor oplichters: huur en waarborg bedragen elk enkele honderden tot duizenden euro\’s.

Bent U slachtoffer geworden geworden van Internetoplichting?

Forensicron kan U helpen bij het samenstellen van Uw dossier, vooraleer U klacht neerlegt bij de autoriteiten. Hoe beter uw aangifte gestoffeerd is, hoe meer kans U maakt op een positieve afloop. Contacteer ons op telefoonnummer 24 96 21 864 (0) 23+

De enige beschikbare cijfers zijn de algemene statistieken met betrekking tot internetoplichting. Vermits pas in 2007 de specifieke kwalificatie ‘oplichting met internet’ in de gegevens werd opgenomen, kunnen we enkel relevante cijfergegevens verstrekken vanaf die periode. We stellen vast dat het aantal bij de politiediensten gekende gevallen van internetfraude de laatste jaren significant is gestegen.

Het is belangrijk om te begrijpen dat bovenstaande cijfers enkel de aangegeven internetfraudes weergeven. Zoals voor alle andere vormen van criminaliteit, bestaat ook hier een substantieel “dark number” van feiten die niet aan de politie worden aangegeven wegens schaamte, gebrek aan vertrouwen in justitie, een beperkt nadeel, enzovoort. Bronnen spreken over een dark number voor internetfraude van 80%, wat betekent dat het werkelijk aantal gevallen van internetoplichting voor 2010 in België 17.416 bedraagt. Uit echo\’s van de immosites zelf horen we dat ze een stijgend aantal frauduleuze advertenties detecteren, ofwel zelf, ofwel op aangeven van burgers die ermee geconfronteerd worden. Deze advertenties worden zo snel mogelijk offline gehaald zodat het aantal slachtoffers beperkt blijft.

We stellen vast dat de frauduleuze advertenties in beide landstalen worden opgesteld (zeer slechte bewoordingen; men maakt vaak gebruik van vertaalsoftware) of in het Engels, en dat door de oplichters gekozen wordt voor locaties in de grote steden, die zeer centraal en in aantrekkelijke buurten gelegen zijn.

Voor 2010 zien we dat de gemiddelde schade per slachtoffer opnieuw stijgt tot 7.140 euro, maar dat de mediaan lichtjes zakt naar 725 euro per geval. Dit betekent concreet dat de helft van de slachtoffers een financieel nadeel geleden heeft dat onder de 725 euro ligt, de andere helft een nadeel dat erboven ligt. Het hoogste schadegeval voor 2010 was een dossier investeringsfraude waarbij een slachtoffer een individuele schade leed van 310.000 euro. Het volledige dossier was goed voor een financieel nadeel van meer dan twee miljoen euro voor België alleen. Wanneer we het totale financiële nadeel van alle slachtoffers in België berekenen, rekening houdend met het dark number van 80%, dan komen we op een totaal geleden schade voor 2010 van 112 miljoen euro.

Belangrijk hierbij is het feit dat dit nadeel individueel is en niet te verhalen valt op een derde partij (bank of verzekering). Het slachtoffer heeft vaak zichzelf en anderen in de schulden gestoken om een oplichter te kunnen betalen en zal nagenoeg nooit zijn geld kunnen recupereren omdat de dader in het buitenland zit en er nauwelijks vervolgd wordt.

Voor wat specifiek de gevallen van oplichting op immosites betreft, kunnen we veronderstellen dat het nadeel in de buurt ligt van ongeveer 1.500 euro per slachtoffer. Deze schatting wordt berekend op basis van de standaard modus operandi, waarbij de oplichters meestal een tweetal maanden huur als waarborg vóór overhandiging van de sleutels vragen en de gemiddelde huurprijs rond de 750 euro ligt.

Gezien het gros van de dossiers internetfraude in België geseponeerd wordt zonder dat er verdere onderzoeksdaden zijn gesteld, zijn we niet in staat hierover een betrouwbare analyse te maken. We kunnen echter uit ervaring en analyses van buurlanden met vrij grote zekerheid veronderstellen dat een groot deel van de oplichtingen haar oorsprong kent in West-Afrika. Het succesverhaal van de “Nigeriaanse” oplichting heeft zich snel verspreid in de landen rondom Nigeria: Benin, Ivoorkust, Ghana, Togo, en andere. Geld vertrekt vaak in die richting, maar er wordt ook gebruik gemaakt van tussenpersonen in Europese landen als Spanje, Groot-Brittannië en Nederland, om minder wantrouwen te wekken bij het slachtoffer.

In de huidige situatie [red: beperkte capaciteit van de FCCU en RCCU] en gezien de lage vervolgingsgraad, is preventie door bewustmaking en stimuleren van de alertheid van burgers en consumenten de enige remedie tegen internetfraude. FCCU tracht samen met een aantal partners het fenomeen zoveel mogelijk in de pers te brengen om de nodige aandacht te genereren. De belangrijkste samenwerking op dit vlak is met de FOD Economie (participatie in de Fraud Prevention Month).

Omdat het aandeel van oplichtingen op advertentiesites (eBay, Immoweb, Autoscout24, Kapaza, Tweedehands, enzovoort) ongeveer 70% uitmaakt van alle gevallen van oplichtingen op internet en daarmee de belangrijkste vorm is, werd in 2010 door de Federale Politie en de FOD Economie het initiatief genomen om een overlegplatform op te richten waarin de belangrijkste advertentiewebsites vertegenwoordigd zijn. Doel van het platform is om samen te kijken welke (gezamenlijke) initiatieven kunnen ontplooid worden om de internaut betere bescherming te bieden tegen oplichters. De grote advertentiesites zijn zich bewust van het probleem en hebben vaak zelf procedures uitgewerkt die frauduleuze advertenties snel moeten detecteren en offline brengen om zo slachtofferschap te voorkomen.

Op wettelijk vlak kunnen de meeste gevallen van internetfraude teruggebracht worden naar een bestaande strafrechtelijke kwalificatie. Op dat vlak lijken er niet meteen noden te liggen. De grootste tekortkomingen liggen op het vlak van het ontbreken van een snelle internationale samenwerking en gegevensuitwisseling, vooral met specifieke landen. Informatie die leidt tot identificatie bevindt zich veelal in het buitenland, bij grote ISP\’s. Met sommige van deze bedrijven heeft de Belgische politie (FCCU) een vlotte samenwerking opgebouwd, maar er blijven teveel bedrijven waarbij dat niet het geval is en waarbij de tergend langzame procedure van internationale rechtshulpverzoeken dient te worden gevolgd. Daarenboven is de termijn van dataretentie in de verschillende landen een probleem: tegen de tijd dat de nodige informatie langs de correcte weg werd overgemaakt, is de retentietermijn reeds verstreken en zijn de identificatiegegevens vaak al niet meer beschikbaar. Een realistische internationale (én nationale!) richtlijn inzake dataretentie is een kritieke succesfactor in internetonderzoeken. Daar waar er met de meeste Westerse landen nog kan worden samengewerkt, is de samenwerking met andere landen vaak onbestaand. Een aanzienlijk aandeel van daders van internetoplichting opereert vanuit West-Afrika. Elk spoor dat leidt naar West-Afrika loopt echter dood, omdat er geen enkele vorm van samenwerking is met de autoriteiten van deze landen. Het uitwerken van bilaterale overeenkomsten inzake een snelle gegevensuitwisseling met deze landen of het plaatsen van een liaisonofficier in de regio kan mogelijks dit probleem verhelpen.

Art. 496 Sw.

Hij die, met het oogmerk om zich een zaak toe te eigenen die aan een ander toebehoort, zich gelden, roerende goederen, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen doet afgeven of leveren, hetzij door het gebruik maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door het aanwenden van listige kunstgrepen om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot drieduizend [euro].

[Indien de in het eerste lid bedoelde feiten zijn gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.]

Poging tot het wanbedrijf omschreven in het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig [euro] tot tweeduizend [euro].

In de gevallen in de vorige leden omschreven kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Bron: FOD Economie

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!