Menu

SMS is geen begin van bewijs

Bewijskracht van een SMS-berichtIn een vorig artikel “Bewijskracht van een SMS-bericht” is er gesteld dat een SMS aanzien wordt als een begin van schriftelijk bewijs, zodat het moet aangevuld worden met vermoedens of getuigenisen, teneinde de rechter te kunnen overtuigen.

Spijtig genoeg  is er geen éénduidigheid in de rechtspraak, vandaar dit tweede artikel.

Hierbij handelt het zich om een uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen op 29/04/2013.

De appelante, J.S., wil met een SMS-bericht als (begin van) bewijs, naar voren brengen dat V.T. haar een bedrag van 12.000 € schuldig is. Dit bedrag is door haar aan V.T. geleend.

De leenovereenkomst valt onder de artikelen Art. 1325 BWB en Art. 1326 BWB.

Een uittreksel uit het vonnis van de rechtbank:

Hof van Beroep te Antwerpen op 29/04/2013

J.S. stelt dat de sms-berichten, die afkomstig zouden zijn van V.T., een dergelijk begin van bewijs door geschrift vormen.

Het hof volgt dit standpunt niet.

Van een sms-bericht kan niet met absolute zekerheid bewezen worden dat het is uitgegaan van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld.

Een sms bevat noch een geschreven, noch een elektronische handtekening. In theorie kan iedereen van om het even welke gsm een sms-bericht sturen in naam van iemand anders. Bovendien bestaan er mogelijkheden om in te breken in andermans gsm om te doen alsof deze laatste een sms-bericht heeft verstuurd. Aldus kan in theorie de naam van de afzender van een sms-bericht gemanipuleerd worden.

Het is niet aan V.T. om te bewijzen dat iemand anders in zijn naam een sms-bericht heeft gestuurd. Het volstaat dat de mogelijkheid hiertoe bestaat. Een sms-bericht kan vergeleken worden met een niet-ondertekend document opgesteld op papier met het briefhoofd van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Een dergelijk document heeft geen bewijswaarde. Een sms-bericht is dan ook geen akte die uitgegaan is van degene tegen wie de vordering wordt ingesteld en kan niet als begin van bewijs gelden. Art. 1347 BWB kan dan ook niet worden ingeroepen.

Ten overvloede en teneinde te antwoorden op de argumenten van J.S., oordeelt het hof dat zelfs indien een sms-bericht wel zou kunnen gelden als begin van bewijs, er hier geen aanvullende vermoedens en getuigen zijn die samen met het begin van bewijs het volledig bewijs kunnen leveren van de verbintenis tot terugbetaling.

Het getuigenbewijs wordt niet aangeboden. Uit de voorgelegde stukken blijkt ook niet dat er op enig tijdstip getuigen aanwezig waren.

Er zijn ook geen vermoedens van het bestaan van een lening, die als aanvulling van het begin van bewijs door geschrift, het volledig bewijs ervan zouden kunnen leveren.

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!